een blauwe kikker die sprong en sprong/zong een liedje van pong-ping-pong/een beest op zijn tong/de vlieg die hij vong/de kikker hij voelde zich jong, heel jong.
toen viel hij pardoes in de sloot, een sloot/en brak de kikker z'n poot, de kloot/hij waande zich dood/werd helemaal rood/daar lag hij dan open en bloot.
twee strofes van een gedicht van 6 strofes.